De kabouterkoning is jarig

In Kabouterland was het feest. De kabouterkoning was jarig. Alle kabouters mochten op het feest komen. Dat was gezellig.

De koning gaf veel weg. Hij gaf dropjes, toffees en koek. Ook kregen ze lekkere priklimonade, rood, geel of groen. Iedereen mocht zelf uitkiezen, welke kleur hij wilde hebben.

Toen ze allemaal zaten te snoepen, kwam er ineens een klein meisje aanlopen. ‘O, kijk eens!’ riepen de kabouters. De koning keek ook naar het meisje.
‘Hoe heet jij? vroeg hij vriendelijk.
‘Lotje,’ zei het meisje.
‘Wil je ook met ons feestvieren?’ vroeg de koning.
‘Ik ben jarig, zie je.’
‘Heel graag,’ zei Lotje blij. Ze gaf de jarige koning een hand.
De koning gaf Lotje een schoteltje met drop, toffees en koek erop.
‘O, wat lekker!’ riep ze. ‘Mag ik dat allemaal opeten?’
‘Natuurlijk!’ lachten de kabouters.
‘Snoep is toch om op te eten?’
Lotje stak eerst de dropje één voor één in haar mond. Toen de toffees en daarna de koek. Ze kreeg ook nog een glas van de lekkere limonade.

Toen al het lekkers op was, gingen ze dansen. De kabouters maakten een grote kring. De koning ging in het midden staan. Om de beurt mocht er één kabouter in de kring komen om met hem te dansen. Ze zongen heel luid: Hupsa, hopsa, hei-sasa, De koning is jarig. Hoera! Hoera! Lotje zong natuurlijk ook mee. Ze mocht ook in de kring komen om met de koning te dansen. Dat deed ze graag. Ze huppelde en sprong met de koning in het rond.

Het feest duurde heel lang. Ja, zelfs zo lang, tot het maantje ging schijnen. En dat was heel laat. De klok in Kabouterland sloeg al zeven uur. Toen was het feest voorbij. De koning ging weer terug naar zijn paleis. De kabouters gingen weer naar hun kabouterhuisjes en Lotje riep:
‘Welterusten, allemaal!’
En toen ging ze weer naar haar mamma en pappa terug. Daar ging ze slapen. Net als jullie. Stil eens! Hoor je Lotje roepen? Wat roept ze?
‘WELTERUSTEN ALLEMAAL!’

Post navigation